Samenwerken in de wijk: de kracht van de wijkverpleging

De wijkverpleging speelt een belangrijke rol binnen de hechte wijkverbanden. Maar wat brengt deze discipline mee naar de samenwerking in de wijk? Frederieke de Kaste en Jiska Gooijer vertellen over het belang van vertegenwoordiging, het delen van signalen uit de wijk en de kansen die zij zien voor een sterkere samenwerking tussen zorg- en welzijnsprofessionals.

Een onmisbare blik achter de voordeur
Wie regelmatig bij inwoners thuiskomt, krijgt een uniek beeld van de zorg. Aldus Jiska Gooijer, casemanager dementie bij Amaris Thuiszorg en projectleider wijkverpleging voor de hechte wijkverbanden.

Frederieke de Kaste, projectmanager Regiokompas bij Vivium Zorggroep, sluit zich daarbij aan. Volgens haar ziet de wijkverpleging ook de leefomgeving van inwoners, zoals huisvesting, ontmoetingsplekken en mogelijkheden om actief te blijven. Door vroegsignalering en ondersteuning in de thuissituatie kan achteruitgang vaak worden voorkomen of uitgesteld. “De wijkverpleging heeft daarmee een brede signalerende functie, zowel rondom de cliënt als op wijkniveau.”

Samenwerking werkt alleen als informatie blijft stromen
Een vertegenwoordiger aan tafel van het hechte wijkverband is een belangrijke stap, maar de samenwerking werkt pas echt als informatie de hele achterban bereikt.

Jiska geeft een herkenbaar voorbeeld: “Stel dat een apotheek een knelpunt bespreekt met één wijkverpleegkundige. Voorheen bereikte dat signaal misschien alleen die ene organisatie. Via een vertegenwoordiger kan het direct worden teruggekoppeld aan de andere wijkverpleegkundigen en organisaties in de wijk.”

Om dat mogelijk te maken, is het belangrijk dat signalen uit de wijk worden opgehaald, besproken en vertaald naar gezamenlijke afspraken. Zo ontstaat een wijkplan dat door alle betrokken partijen wordt gedragen.

Frederieke benadrukt dat dit een wisselwerking moet zijn: "Signalen ophalen, bespreken en afspraken weer terugbrengen naar de achterban." Juist bij complexe zorgvragen is het belangrijk dat professionals elkaar kennen en laagdrempelig weten te vinden. Door één aanspreekpunt vanuit de wijkverpleging ontstaat er meer duidelijkheid over waar andere professionals terecht kunnen voor afstemming en wijkverpleegkundige expertise.

Die samenwerking helpt ook om beter te bepalen welke ondersteuning het beste aansluit bij de vraag van een inwoner. Daarbij kijken professionals steeds vaker eerst naar zelfredzaamheid, het netwerk en passende ondersteuning voordat formele zorg wordt ingezet.

“De wijkverpleging kijkt eerst naar wat iemand zelf nog kan”, legt Jiska uit. “Kan iemand iets opnieuw leren? Kan het eigen netwerk helpen? En als dat niet voldoende is, welke professional of ondersteuning past dan bij de vraag?”

Frederieke vult aan: “Het gaat erom dat een inwoner bij de juiste professional terechtkomt. Soms ligt het antwoord binnen de zorg, maar soms past ondersteuning vanuit het sociaal domein of het eigen netwerk beter.”

Van idee naar praktijk
Dat goede afstemming direct verschil kan maken, laat een voorbeeld uit Huizen zien. Daar werken de wijkverpleging en de apotheek samen rondom oogdruppelbrillen.

In Huizen is afgesproken dat de apotheek bij bepaalde inwoners naast oogdruppels ook een oogdruppelbril meegeeft. Daardoor kunnen meer inwoners zelfstandig druppelen.

“Het ondersteunt de zelfredzaamheid van de inwoner en voorkomt dat de wijkverpleging een handeling moet overnemen die iemand met het juiste hulpmiddel zelf kan uitvoeren.”

Volgens Jiska liggen er ook bredere kansen in de samenwerking. “Je wilt niet dat verschillende organisaties allemaal naar dezelfde flat rijden en daar ieder één cliënt helpen. Als je slimmer kunt afstemmen, kun je reistijd beperken en de beschikbare zorg beter organiseren.”

Daarnaast leren wijkverpleegkundigen uit verschillende organisaties elkaar steeds beter kennen. Daardoor kunnen kennis, expertise en ervaringen makkelijker worden gedeeld. Op termijn biedt dat kansen om de beschikbare capaciteit slimmer in te zetten en beter gebruik te maken van elkaars specialismen.

We hebben elkaar nodig
De eerste bijeenkomsten laten zien dat wijkverpleegkundigen het belang van de ontwikkeling herkennen, al vraagt het tijd om iedereen betrokken te houden.

“De wijkverpleging werkt hard en heeft veel directe patiëntenzorg”, zegt Frederieke. “Het kan daardoor een uitdaging zijn om tussen de urgente werkzaamheden door tijd te maken voor bijeenkomsten.”

Daarom kan één vertegenwoordiger namens de wijkverpleging uitkomst bieden, mits deze de achterban goed betrokken houdt en signalen actief blijft uitwisselen met collega's in de wijk.

De wijkverpleging kan deze ontwikkeling niet alleen realiseren. Alle betrokken disciplines hebben hierin een rol. Dat betekent signalen delen, afspraken terugkoppelen en samen dezelfde uitgangspunten gebruiken bij hulpvragen van inwoners.

Frederieke hoopt dat de hechte wijkverbanden zich de komende periode steeds meer kunnen richten op thema’s als preventie, gezondheid en welzijn. Jiska hoopt vooral dat vertegenwoordigers over een jaar ervaren dat hun inzet daadwerkelijk verschil maakt.

Door elkaar te ondersteunen, kennis te delen en afspraken terug te brengen naar de achterban, groeit een overlegstructuur uit tot een samenwerking waar professionals én inwoners iets van merken.

Suggesties?